Samenvatting van de presentatie van: Dr. Erik Vermaire

Voorkomen van gaatjes in het melkgebit: Makkelijk gezegd, makkelijk gedaan?

Wat is de staat van het melkgebit in Nederland nu echt? Dr. Erik Vermaire boort het gevoelige onderwerp aan of we eigenlijk wel slim en effectief omgaan met de verzorging van het kindergebit.

Kies voor tanden

Uit het TNO-onderzoek ‘Kies voor tanden 2017’ blijkt dat in vergelijking met zes jaar geleden, 5-jarigen steeds vaker geen gaatjes hebben. Maar: kinderen die wél cariës hebben, hebben er helaas nog evenveel. Bij de 11-jarigen werd gevonden dat deze vaker - en meer - gaatjes hebben ten opzichte van het vorige onderzoek. Als je bedenkt dat één op de vijf verzekerden de in het afgelopen jaar wel eens zorg heeft gemeden vanwege de (vermeende) eigen bijdrage dan is dat geen goede ontwikkeling. Zeker als je je bedenkt dat kinderen tot 18 jaar geen eigen bijdrage hebben en ook geen eigen risico. Kortom: er is rondom mondzorg bij kinderen nog genoeg te doen voor de mondzorgprofessionals.  

Preventie verkopen

In Nederland kunnen kinderen tot en met 17 jaar zonder eigen bijdrage naar de tandarts. Maar dat is nog zeker niet bij alle ouders bekend. Vermaire roept de branche dan ook op dit bij zoveel mogelijk mensen kenbaar te maken en actief te sturen op controle en preventie. De basis voor een gezond volwassen gebit wordt in de kindertijd gelegd. Met een regelmatige controle - en daarmee vroegtijdige diagnostiek - kunnen problemen in de kiem worden gesmoord. In den lande wordt met nostalgische gevoelens gesproken over de oude ‘saneringskaart’. Wie weet komt die nog wel eens terug, in een moderner jasje.

Meer aandacht voor kinderen

Dr. Vermaire constateert een groeiende aandacht voor het kindergebit en een efficiënte preventieve aanpak. Steeds meer praktijken zien het nut in van individuele cariëspreventie volgens protocol en gebruiken de Nexø-strategie (Gewoon Gaaf): minder waar het kan, uitgebreider waar het moet. Alles op basis van risicocriteria. Voor de jongste jeugd wordt nu in verschillende onderzoeken samengewerkt met het consultatiebureau: ‘Gezonde peutermonden’ stationeert mondhygiënisten op het consultatiebureau zelf en “GigaGaaf” laat consultatiebureau-artsen en-verpleegkundigen de kinderen vanaf de doorbraak van de eerste melktand naar mondzorgpraktijken sturen die speciale kennis en aandacht over deze jongste groep hebben vergaard.

Trend in cariologie

Vermaire ziet verder een trend in het minder invasief ingrijpen bij cariëslaesies; zeker ook bij kinderen. Steeds vaker wordt gekozen voor een oorzakelijke aanpak waarbij niet altijd gerestaureerd hoeft te worden. Soms is het aanleren van een adequaat mondhygiëne gedrag -eventueel in combinatie met het aanbrengen van een hoog gedoseerde lokale fluoridelak of-vernis of zilverdiamine fluoride. Bij laesiedieptes ICDAS 3 en 4 wordt vaker gekozen voor sealen in plaats van restaureren - sealen zonder enige cariësactiviteit kan volgens Vermaire overigens worden beschouwd als overtreatment. Bij ICDAS 5 en 6 laesies wordt de Hall-kroon steeds vaker toegepast. De werking daarvan is gebaseerd op hetzelfde principe als het insealen van cariës: sluit de laesie af zodat er geen fermenteerbare koolhydraten bij de bacteriën kunnen komen en het cariësproces stopt. Vermaire benadrukt dat adequate mondhygiëne het allerbelangrijkste is en blijft: poetsen, poetsen, poetsen. Twee keer per dag met een fluoride-houdende tandpasta.


Napoetsen tot de middelbare schoolleeftijd

Hulp bij poetsen

En aan dat poetsen schort het nogal eens. Het advies van Vermaire: tot middelbare school napoetsen. De zaal reageert geschokt op de onthulling dat veel ouders al in groep 3 zeggen te stoppen met napoetsen. Maar dat poetsen is nog niet zo makkelijk, blijkt wel uit een filmpje van een zich hevig tegen een poetsbeurt verzettend kind. Alleen maar zeggen dat ouders beter moeten poetsen is dus geen oplossing. Vermaire ziet meer heil in coachen van de ouder, zodat hij of zij handvatten heeft voor het poetsen. Ouders kunnen ook geholpen worden door opvoedingsprofessionals. Ga letterlijk en figuurlijk eens naast de ouder zitten en bekijk samen waar zij tegen aanlopen. Laat de ouder in ieder geval tijdens het poetsen bij het kind - ook al verzet het zich hevig zoals in het filmpje - rustig en vriendelijk tegen het kind blijven praten of een liedje zingen. Sluit in ieder geval altijd positief af en beloon het kind bij voorbeeld met een verhaaltje voor het slapen gaan. Ook kan de overstap naar een elektrische tandenborstel het poetsen in sommige gevallen flink makkelijker maken.

Met preventie, efficiënte behandelingen en het ondersteunen van ouders staat het gebit van de kinderen van nu er op hun 55e hopelijk beter voor dan dat van de 55-jarigen van nu.

Dr. Erik Vermaire werkt o.a. als tandarts-onderzoeker bij TNO - Child Health in Leiden.